OPINIE: Uw vrijheid in de weegschaal

Sinds 1 december 2020 is het verplicht. Het mondkapje…

In de supermarkt, bibliotheek, bouwmarkt, het openbaar vervoer en elke andere publieke binnenruimtes moet een mondkapje gedragen worden. Het mondkapje zou helpen de vele besmettingen met corona tegen te gaan. Of dit daadwerkelijk zo is, is nog maar de vraag. Onderzoeken naar de effectiviteit van het dragen van een mondkapje zijn er wel, maar deze zijn zeker niet eenduidig. Tegelijkertijd krijgt u nu wel een boete voor het niet dragen van een mondkapje. Wij menen dat dit een inperking is van een grondrecht en dan moet aan behoorlijk wat eisen worden voldaan.

Inperking van een grondrecht

De Grondwet staat aan de basis van de Nederlandse samenleving. Onze Grondwet geeft de burger zijn grondrechten. Deze grondrechten zijn tweeledig: er zijn ‘sociale rechten’ en ‘vrijheidsrechten.’ Sociale rechten vereisen een actieve houding van de overheid. De overheid moet het leven van de burgers als het ware beter maken. De vrijheidsrechten vragen om een passieve houding van de overheid. De overheid moet bepaalde vrijheden van burgers respecteren. Een van die vrijheidsrechten is het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dit recht staat nationaal gezien gecodificeerd in artikel 10 van de Grondwet en internationaal gezien in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Op dit recht zijn wel inperkingen mogelijk.

Goedkeuring parlement

Artikel 10 lid 1 Gw stelt dat deze inperkingen bij formele wet geregeld moeten zijn. Een formele wet die is gemaakt door de regering en de Staten-Generaal. Op deze manier kan de regering niet elke inperking gelijk doorvoeren, maar hebben onze volksvertegenwoordigers de mogelijkheid om mee te beslissen over de inperkingen in de Eerste- en Tweede Kamer. Artikel 8 lid 2 EVRM stelt verdere eisen aan inperkingen op het recht op bescherming van het privéleven. De inperking dient noodzakelijk, effectief en proportioneel te zijn ten aanzien van het te bereiken doel.

De tijdelijke wet

Sinds 1 december 2020 is de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 van kracht. Deze wet is de wettelijke basis voor de regeling waarin de mondkapjesplicht is geregeld. Nu deze wet er is, kan de rechter de wet zelf niet meer toetsen aan de Grondwet. De rechter kan de wet wel toetsen aan het EVRM. De mondkapjesplicht is een inperking op het uit het EVRM voortvloeiende recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het doel van deze inperking is het beschermen van de volksgezondheid. Op zichzelf staand is dit natuurlijk een goed doel, maar deze inperking moet wel voldoen aan de internationale eisen die het EVRM stelt. De inperking moet dus ook noodzakelijk, effectief en proportioneel ten opzichte van het te bereiken doel zijn.

De effectiviteit van de mondkapjesplicht

Op 4 mei 2020 kwam het Outbreak Management Team met een inhoudelijke beoordeling van de adviezen over de toepassing van niet-medische mondneusmaskers in openbare ruimten. Het team concludeert dat de resultaten uit onderzoeken naar het effect van het dragen van een mondkapje elkaar tegenspreken. Het mondkapje beschermt de drager in zeer beperkte mate. Mondkapjes ‘dragen mogelijk enigszins bij aan het beperken van verspreiding van covid-19‘. Daarnaast concluderen zij dat een mondkapjesplicht voor zowel een verbetering als een verslechtering van de mate waarin burgers de maatregelen naleven kan veroorzaken. Het advies van het OMT van 4 mei is zeker niet onverdeeld positief over de mondkapjesplicht. Op 13 oktober 2020 benoemd het OMT opnieuw in haar advies aan het kabinet dat de effecten van een mondkapjesplicht niet eenduidig zijn. Het dragen van mondkapjes heeft ‘mogelijk enig positief‘ effect om de verspreiding tegen te gaan.

Proportioneel?

Is de maatregel wel proportioneel ten aanzien van het te bereiken doel? Staat het huidige overheidsbeleid nog wel in verhouding met de actuele bedreiging van de volksgezondheid? Op deze vragen is geen eenduidig antwoord te geven. Wat wel vast staat, is dat de rechtmatigheid van de maatregel zeker in twijfel getrokken kan worden. Daarom is het ook een interessante vraag wat er zou gebeuren wanneer deze problematiek voor de (internationale) rechter komt. Hij zal een afweging moeten maken tussen enerzijds het kostbare recht op bescherming van het privéleven en anderzijds het beschermen van de volksgezondheid met een maatregel die ‘mogelijk enigszins‘ werkt. Wat weegt voor u het zwaarst?

Als u principieel bezwaar wilt maken tegen een boete, dan kunt u bij ons terecht voor advies en bijstand. Wij kunnen voor u doorprocederen tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De financiering kan misschien door middel van crowd funding of anderszins plaatsvinden. Mocht u interesse hebben in de mogelijkheden, neem dan contact op met Anne Marie de Koning of Robert-Jan van Eenennaam.