Skip to main content

De wachtlijst en de zondebok

medisch tuchtrecht

De wachtlijst en de zondebok

Medisch tuchtrecht: toetsing van het handelen van de medische professional. Dat is de zakelijke weergave. Het “medisch tuchtcollege” (regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg, RTG) verwoordt deze toetsing zakelijk, maar bij het lezen van deze uitspraken schemeren het menselijk drama, de frustratie en het verdriet soms dwars door alle juridische overwegingen heen.

In de uitspraken van het RTG lezen we dan ook regelmatig de tekst dat het college zich realiseert dat het overlijden van een patiënt een zeer verdrietige en ingrijpende gebeurtenis is die grote invloed heeft, maar dat het college nu eenmaal zakelijk moet beoordelen of een beroepsbeoefenaar de zorg heeft verleend die verwacht mocht worden.

In dit geval gaat het om een psychiater en een ‘geneesheer-directeur’ die betrokken zijn bij de behandeling van een patiënt met zeer ernstige depressieve klachten. Voor de niet medisch-bestuurlijk geschoolde lezer: ‘geneesheer-directeur’ klinkt wat ouderwets, maar is de bestuurlijke term voor de arts die op grond van de Wet verplichte ggz (Wvggz) verantwoordelijk is voor de algemene gang van zaken bij een zorginstelling.

Mentaal fataal

Tegen beiden wordt een klacht ingediend bij het RTG, omdat zij tekort zouden zijn geschoten in de zorg voor de echtgenoot van klaagster. De man tobde al jaren met depressies en werd uiteindelijk in december 2019 door de huisarts verwezen naar de instelling in kwestie. Dan begint de worsteling met wat de meesten van ons als abstract in de krant lezen: de wachtlijst.

In februari 2020 is er een intake, dan een multidisciplinair overleg, dan een advies voor therapie en medicatie, dan een psychiater die twijfels heeft, dan een mail van het team aan de psychiater, dan weer multidisciplinair overleg, dan een mail aan de patiënt dat hij op een wachtlijst komt, waarna twee maanden later blijkt dat de patiënt per ongeluk niet op de wachtlijst staat; contact tussen psychiater en patiënt waarbij de lange wachtlijst (> 1 jr) en een overbruggingstraject worden besproken, dan een nieuwe regiebehandelaar, een oriëntatiedag en het plan om dik een half jaar later de behandeling te beginnen. Te laat; de patiënt raakt iets meer dan een jaar na de intake in een ernstige crisis met hoog suïcidaal gedrag, en vier dagen later beneemt hij zichzelf het leven.

De zorginstelling neemt onmiddellijk stappen voor vervolgoverleg, een calamiteitenmelding en meer, maar dat neemt de pijn bij de partner van de patiënt niet weg. Zij vindt dat instelling en psychiater hebben gefaald in de zorg voor haar ernstig depressieve man.

RTG gaat niet mee in de lijst van klachten

Hoezeer de frustratie en het verdriet bij de partner ook voor iedereen te begrijpen zijn, het RTG gaat niet mee in de lijst klachten aan het adres van zowel de psychiater als de geneesheer-directeur. De psychiater is maar kort regiebehandelaar geweest, en heeft in die periode gedaan wat ze kon. Voor alles wat er voor en na die periode is gebeurd, is ze niet individueel verantwoordelijk.

De klachten aan het adres van de geneesheer-directeur vallen niet onder de tuchtnormen zoals vastgelegd in de Wet BIG. De eerste tuchtnorm kan alleen worden getoetst als er een behandelrelatie tussen beklaagde en patiënt bestaat/bestond; dat is hier niet zo.

De tweede tuchtnorm wordt getoetst als het handelen van beklaagde op welke manier dan ook, concrete weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Onderzoek door een commissie om de algemene kwaliteit van de zorg te verbeteren valt daar niet onder. Dit werd vorig jaar duidelijk gesteld door het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg op 3 november 2025, ECLI:NL:TGZCTG:2025:181). De geneesheer-directeur is daarmee niet tuchtrechtelijk aansprakelijk voor deelname aan of zelfs leiden van een onderzoekscommissie.

Bittere pil voor iedereen

Het komt niet tot een zitting. Het RTG verklaart beide klachten op grond van de stukken deels niet-ontvankelijk en deels (kennelijk) ongegrond. Dat zal niet bijdragen aan de gevoelens bij klaagster. Daarnaast weten we ook welke frustraties een tuchtzaak bij beroepsbeoefenaren met zich meebrengt. Uiteindelijk kunnen zij er ook niets aan doen dat de wachtlijsten zo lang zijn dat passende hulp niet op tijd is. Een bittere pil? Is het voor iedereen.

ECLI:NL:TGZRSHE:2026:87 en ECLI:NL:TGZRSHE:2026:88, 13 mei 2026

Meer weten over tuchtrecht? Neem contact met ons op.